Vaccinatie
Vaccins bereiden het immuunsysteem voor op een infectie door het bloot te stellen aan een inactief virus of een deel van een virus. Het inactieve virus of het deel van het virus wordt door het lichaam herkend als een vreemd bestanddeel, en in geval van een infectie zal het immuunsysteem paraat zijn en deze virussen onmiddellijk identificeren als ongewenste elementen die moeten worden verwijderd.
Wat SOA’s betreft, bestaat er een vaccin tegen hepatitis A en B en tegen het humaan papillomavirus. Kijk in je vaccinatieboekje of je deze vaccinaties al hebt gehad. Als dat niet het geval is of als je twijfelt, kun je contact opnemen met een huisarts of een centrum voor gezinsplanning om al je vragen te stellen.

Vaccinatie tegen het papillomavirus
Het vaccin tegen het papillomavirus biedt bescherming tegen de stammen die het grootste risico op complicaties vormen (genitale wratten, precancereuze laesies en kanker). Het is de meest doeltreffende manier om je tegen deze soa te beschermen, aangezien de gebruikelijke beschermingsmiddelen (condooms en latexdoekjes) geen volledige bescherming bieden.
Wanneer?
Het vaccin tegen het papillomavirus wordt door de Hoge Gezondheidsraad aanbevolen tot en met de leeftijd van 26 jaar. In België is het gratis of wordt het vergoed tot en met de leeftijd van 30 jaar, en tot 45 jaar voor zogenaamde „hoogrisicopersonen“ (mensen met hiv, mensen die een stamceltransplantatie hebben ondergaan en mensen die in afwachting zijn van een orgaantransplantatie).
Het is raadzaam om dit zo snel mogelijk te doen, bij voorkeur vóór de eerste seksuele contacten. Het vaccin is namelijk effectiever als het wordt toegediend voordat het lichaam in aanraking komt met de verschillende virusstammen.
Wat?
Het vaccin dat momenteel het meest wordt gebruikt in België is Gardasil 9, dat bescherming biedt tegen de meeste vormen van kanker die verband houden met het papillomavirus en tegen de stammen die verantwoordelijk zijn voor 90 % van de genitale wratten. Het andere beschikbare vaccin is Cervarix, dat bescherming biedt tegen de twee stammen die het grootste risico op baarmoederhalskanker vormen.
Het vaccin wordt in de arm toegediend en wordt in twee doses gegeven (0 – 5 tot 13 maanden). In sommige gevallen kan het raadzaam zijn om een schema met drie doses te volgen (0 – 2 – 6 maanden), bijvoorbeeld voor mensen met een verzwakt immuunsysteem of mensen die anale seks hebben. Vraag je arts welk schema voor jou van toepassing is.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft bevestigd dat deze vaccins veilig zijn. Ze worden over het algemeen goed verdragen door het lichaam en de waargenomen bijwerkingen zijn pijn of irritatie op de injectieplaats en, in zeldzame gevallen, hoofdpijn in de dagen daarna.
Er kan ook flauwvallen voorkomen, maar dit wordt niet veroorzaakt door het geïnjecteerde middel, maar veeleer door stress (bijvoorbeeld angst voor naalden).
Hoeveel?
In het kader van het vaccinatieschema van de Federatie Wallonië-Brussel is het vaccin gratis voor iedereen, ongeacht het geslacht, tussen 13 en 14 jaar, in het eerste jaar van het gedifferentieerd onderwijs of in het tweede jaar van het secundair onderwijs, via de schoolarts of bij de huisarts.
Huisartsen kunnen de vaccins gratis bestellen en patiënten gratis vaccineren, op voorwaarde dat de eerste dosis uiterlijk op de dag vóór de 31e verjaardag wordt toegediend.
Als je 31 jaar of ouder bent, moet je voor het vaccin betalen (behalve voor mensen die tot de zogenaamde ‘risicogroep’ behoren). Sommige zorgverzekeraars bieden een gedeeltelijke vergoeding aan; aarzel niet om hiernaar te informeren.
Gardasil 9: 132,34 € per dosis, ofwel 264,68 € voor 2 doses en 397,02 € voor 3 doses.
Cervarix: 70,63 € per dosis, ofwel 141,26 € voor 2 doses en 211,89 € voor 3 doses.

Vaccinatie tegen hepatitis A (vaccination-info.be, 2023)
Wie moet zich laten vaccineren?
Vaccinatie tegen hepatitis A wordt in bepaalde gevallen aanbevolen, namelijk wanneer er een verhoogd risico bestaat om aan het virus te worden blootgesteld.
Reizigers
De WHO adviseert vaccinatie voor iedereen die naar Azië, Oceanië, Afrika, Latijns-Amerika, het Caribisch gebied, Oost-Europa of het Nabije en Midden-Oosten reist. Zelfs in Zuid-Europa kan vaccinatie worden aanbevolen bij twijfelachtige hygiënische omstandigheden, met name als men rauwe vis of zeevruchten eet.
Professionals
Het wordt aanbevolen voor:
– Werknemers in de voedselketen,
– Het personeel van kinderdagverblijven, scholen, verzorgingstehuizen, enz.,
– Laboranten in de klinische biologie,
– Die in contact komen met afvalwater,
– Het wasserijpersoneel.
Andere risicogroepen
– Personen die risicovolle seksuele praktijken vertonen,
– Mensen met een verzwakt immuunsysteem,
– Mensen met chronische leveraandoeningen,
– Bewoners van instellingen,
– Personen die in contact zijn geweest met iemand met hepatitis A,
– Kinderen van immigranten die terugkeren naar hun land van herkomst,
– Personen die in contact staan met een kind dat onlangs is geadopteerd uit een land waar de ziekte endemisch is.
Vaccinatie vermindert het risico op besmetting aanzienlijk. In België worden jaarlijks ongeveer 150 gevallen geregistreerd, met pieken zoals in 2017 tijdens een Europese epidemie. Dankzij goede hygiënische omstandigheden is het grootste deel van de Belgische bevolking nog nooit aan de ziekte blootgesteld.
Hoe verloopt de vaccinatie tegen hepatitis A?
Het vaccin tegen hepatitis A wordt via een injectie toegediend, meestal in de spier, maar soms ook onder de huid.
– Eerste dosis: één enkele injectie biedt een jaar lang 100% bescherming.
– Tweede dosis: Een extra injectie, 6 tot 12 maanden later, biedt levenslange bescherming.
Ook al zijn er al meerdere jaren verstreken sinds de eerste dosis, kunt u de vaccinatie gewoon voortzetten waar u was gebleven, zonder dat u helemaal opnieuw hoeft te beginnen.
Voor reizigers is het ideaal om zich twee weken voor vertrek naar een risicogebied te laten vaccineren. Maar zelfs als u zich vlak voor vertrek laat vaccineren, bent u de eerste weken al voor 70 tot 90% beschermd. Het vaccinatieschema kan later worden afgerond.
Ten slotte blijft de vaccinatie effectief als deze binnen een week na contact met een met het virus besmette persoon wordt toegediend.

Vaccinatie tegen hepatitis B (vaccination-info.be, 2023)
Hepatitis B is volgens de WHO een van de gevaarlijkste infectieziekten. De ziekte komt vooral veel voor in Sub-Sahara-Afrika, de Stille Oceaan, Azië en in bepaalde delen van Oost-Europa en het Midden-Oosten. Vaccinatie is de meest doeltreffende en kosteneffectieve manier om je tegen deze ziekte te beschermen en te voorkomen dat deze chronisch wordt.
Voor wie geldt dit?**
Vaccinatie tegen hepatitis B wordt aanbevolen voor baby’s, bepaalde risicogroepen, reizigers naar gebieden waar de ziekte veel voorkomt, en bepaalde beroepsgroepen die aan het virus worden blootgesteld.
Baby’s
In België worden sinds 1999 alle niet-gevaccineerde baby’s en adolescenten stelselmatig ingeënt tegen hepatitis B.
Risicogroepen
Vaccinatie wordt ook aanbevolen voor:
– Mensen die bloedtransfusies of uit bloed verkregen geneesmiddelen zouden kunnen krijgen (zoals hemofiliepatiënten of dialysepatiënten),
– Personen die op een transplantatie wachten of een transplantatie hebben ondergaan (orgaan, beenmerg, lever),
– Personen met een ernstige verstandelijke beperking,
– Jongeren van 13 tot en met 15 jaar die nog niet zijn gevaccineerd,
– Familieleden en huisgenoten van iemand met hepatitis B,
– Mensen met meerdere seksuele partners of die risicovol gedrag vertonen,
– Gebruikers van drugs die worden geïnjecteerd of via de neus worden ingenomen,
– Personen bij wie een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) is vastgesteld,
– Mensen met een chronische leverziekte of diabetes (vóór hun 60e).
Reizigers
Reizigers die naar gebieden gaan waar hepatitis B veel voorkomt (Azië, Latijns-Amerika, Afrika, Oost-Europa, het Nabije en Midden-Oosten) zouden vaccinatie moeten overwegen, vooral als ze van plan zijn lang te blijven of risicovolle activiteiten te ondernemen, zoals extreme sporten.
Professionals
In België is vaccinatie sinds 1999 verplicht voor gezondheidswerkers, waaronder laboratoriumpersoneel, verpleegkundigen, artsen en medewerkers van uitvaartdiensten, indien zij worden blootgesteld aan bloed of een besmettingsrisico lopen. Deze verplichting geldt niet voor administratief personeel.
